Over de nonsens van culturele toe-eigening

Het is een terugkerend kritisch stemmetje dat we vaak horen wanneer we over Kasàlà spreken en ook tijdens onze vormingen en workshops. Het raakt duidelijk een gevoelige snaar en niet alleen bij Westerlingen. Wie is beter geplaatst dan Jean Kabuta, de grondlegger van de Kasaléo of Hedendaagse Kasàlà om zijn echo hierop te verwoorden. We laten hem graag hieronder aan het woord in een antwoord aan een deelneemster die het zich luidop afvroeg.

"Die obsessieve "culturele toe-eigening"! Alsof men het Afrikaanse denken koste wat het kost in een getto zou moeten opsluiten, zoals men zijn kunstwerken in westerse musea heeft opgesloten! Alsof ik, die een licentiaatsdiploma in Germaanse talen bezit, al die jaren aan culturele toe-eigening heb gedaan toen ik Nederlands doceerde in België; alsof ik, afkomstig uit Kamina in de DRC, niet het recht zou hebben om het Ave verum van Mozart te zingen en te onderwijzen; alsof ik, door in mijn dagelijks leven Frans te gebruiken, aan culturele toe-eigening zou doen, enz, enz.

Per slot van rekening is wat EKAR, Kasàlaction, Kasàlab en Kasàland promoten precies kasaléo of hedendaagse kasàlà, een pan-Afrikaanse poëtische praktijk die voortkomt uit mijn doctoraatsthesis en die het onderwerp was van mijn literatuurcursus aan de Universiteit Gent! Is het werkelijk ernstig om mensen die een bepaalde discipline hebben gestudeerd — ongeacht haar oorsprong — te verbieden die te verspreiden?

Bovendien streven we er altijd naar om een percentage van de opbrengsten uit onze vormingen te besteden ter ondersteuning van projecten die met Afrika verbonden zijn. 

Wees gerust, jullie doen helemaal niet aan culturele toe-eigening! Integendeel, door jullie te vormen en de hedendaagse kasàlà op diverse manieren te beoefenen, dragen jullie bij aan de poëtisering van het leven en aan de betovering van de wereld! En God weet dat die daar vandaag behoefte aan heeft!"